GoLeWe
Europese Unie  

Nederlands voor anderstaligen

1. De adjectiefverbuiging (A1) 

2. De negatie (A1)

3. Woordenschat Universiteit (B1)

4. Functionele woordenschat (B2)


Spaans

1. Frutas y verduras (A1)

2. Ser, estar o hay (A2)

3. Tiempos del pasado (B1)

4. El subjuntivo (B1)

Informatie over de niveaus van het Europees Referentiekader voor Talen (A1 tot en met C2) vind je op de site van de Nederlandse Taalunie.